Luis Suarez, de gebroeders De Boer en Bas Dost: allen hebben zij zich ooit gewend tot de arbitragecommissie van de KNVB met het doel een transfer naar een andere voetbalclub te bewerkstelligen. Het is een weg die in het verleden door veel spelers is bewandeld. De vraag is echter: is een dergelijke stap naar de arbitragecommissie voor een speler wel kansrijk? Of wordt een speler door de arbitragecommissie eigenlijk altijd aan zijn contract gehouden?

In de jurisprudentie omtrent ontbindingsverzoeken is door de arbitragecommissie altijd benadrukt dat bij een dergelijk verzoek terughoudendheid betracht dient te worden en dat niet snel in de rechtsverhouding tussen speler en club ingegrepen zal worden. Om een ontbinding van de arbeidsovereenkomst te rechtvaardigen, dient sprake te zijn van zeer bijzondere omstandigheden. In de praktijk wordt slechts op enkele bijzondere omstandigheden (ontbindingsgronden) een beroep gedaan.

Zo wordt met grote regelmaat door de speler gesteld dat sprake is van een “onherstelbare verstoorde arbeidsrelatie” tussen hem en de club. Dit is een van de gronden waar Bas Dost een beroep op heeft gedaan toen hij een transfer van SC Heerenveen naar Ajax wilde forceren. Bas Dost kon niet rekenen op een basisplaats en lag bovendien met regelmaat overhoop met trainer Ron Jans. Door de arbitragecommissie is in deze procedure echter benadrukt dat niet snel sprake is van een onherstelbaar verstoorde arbeidsrelatie die een ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt. De door Dost geschetste situatie betrof volgens de arbitragecommissie incidenten die te licht zijn om een voldoende verstoring van de verhouding aan de orde te achten. Daarbij hecht de arbitragecommissie in de praktijk ook veel waarde aan het woordje “onherstelbaar”. Slechts een verstoorde arbeidsrelatie is niet genoeg. Wil er sprake zijn van een volwaardige ontbindingsgrond, dan moet de verstoorde arbeidsrelatie niet simpelweg te herstellen zijn door een goed gesprek of een mediationtraject.

Voorts kan een ontbinding van de arbeidsovereenkomst gerechtvaardigd­ worden indien sprake is van zowel een onmiskenbare aanmerkelijke financiële positieverbetering als een aanmerkelijke sportieve verbetering. Voor een aanmerkelijke financiële verbetering zijn geen vaste richtlijnen gegeven door de arbitragecommissie. Wel kan men uit de jurisprudentie afleiden dat in ieder geval sprake is van een aanmerkelijke financiële verbetering indien het salaris van de speler verdubbelt bij de nieuwe club. Een hobbel die door de aankopende club met regelmaat wordt genomen.

Op de aanmerkelijke sportieve positieverbetering loopt het voor de speler vaker stuk. Deze positieverbetering dient – net als de financiële positieverbetering – aanmerkelijk te zijn. Dat is bijvoorbeeld het geval indien een speler uit de Jupiler League de mogelijkheid krijgt geboden om in de Eredivisie te voetballen. Echter, bij een transfer tussen twee eredivisieclubs of zelfs een internationale transfer is de Arbitragecommissie vaak van oordeel dat deze aanmerkelijke sportieve verbetering niet aanwezig is.

Zo oordeelde de arbitragecommissie in de zaak Luis Suarez dat bij een overstap van FC Groningen naar Ajax weliswaar sprake was van een sportieve verbetering, maar niet van een aanmerkelijke sportieve verbetering. Ook bij de gebroeders De Boer kwam de Arbitragecommissie tot een vergelijkbaar oordeel toen zij eind jaren ’90 een transfer van Ajax naar FC Barcelona wilden forceren. Beide clubs speelden in ‘s lands hoogste competitie en beide clubs speelden Champions League. Geen aanmerkelijke sportieve verbetering dus…

Uit het voorgaande kan men concluderen dat het juridisch gezien niet makkelijk is om een overstap te forceren via de arbitragecommissie. Een verzoek wordt met regelmaat afgewezen. Wat de praktijk echter wel leert is dat het na de procedure alsnog komt tot een transfer. Luis Suarez, de gebroeders De Boer en Bas Dost hebben uiteindelijk alsnog hun transfer te pakken gekregen. Daarbij dient wel gemeld te worden dat Bas Dost uiteindelijk niet naar Ajax is getransfereerd. Vaak zien alle partijen toch vaak in dat de situatie na de procedure onwenselijk is geworden, waardoor zij allen water bij de wijn doen. De procedure is misschien juridisch niet kansrijk, maar leidt vaak toch tot een succesvolle oplossing.

R.P. de Vries