Het sluiten van een arbeidscontract met een betaald voetbalorganisatie is voor een voetballer meestal een droom die uitkomt. Echter, soms komt een voetballer in een situatie terecht waarin een arbeidscontract hem juist ernstig beperkt in zijn mogelijkheden. Zo kan een contract een speler bij een club houden waar hij – door omstandigheden – niet meer wenst te blijven. Het contract is dan niet een droom voor de voetballer, maar een molensteen die om zijn nek hangt.

Voor de speler die bij zijn club niet aan spelen toekomt bestaat een uitweg die bij velen onbekend is. Het gaat om de zogenaamde sporting just cause-bepaling, die is vastgelegd in de FIFA-reglementen. Deze bepaling houdt in dat gevestigde spelers, die in de loop van het seizoen minder dan 10% van de officiële wedstrijden hebben gespeeld bij hun club, in bepaalde gevallen het contract voortijdig en eenzijdig kunnen beëindigen. Of een speler daadwerkelijk een contract kan laten beëindigen op grond van deze sporting just cause-bepaling is afhankelijk van de omstandigheden van de speler bij de club en zal daarom per geval beoordeeld moeten worden. Is er sprake van een sporting just cause, dan moet het verzoek tot beëindiging van het arbeidscontract – door de speler – binnen vijftien dagen na de laatste officiële wedstrijd van het seizoen worden gedaan bij de club.

Aan deze bepaling valt een aantal zaken op. Zo ziet de bepaling alleen op gevestigde spelers. Volgens de FIFA is een gevestigde speler – kort gezegd – een speler die de opleidingsfase van zijn loopbaan is gepasseerd en wiens voetbalkwaliteiten gelijkwaardig of superieur zijn aan die van zijn teamgenoten. Een nog niet doorgebroken jeugdspeler die het gehele seizoen op de bank zit, kan dus geen beroep doen op deze bepaling.

Daarnaast valt op dat een beroep op een sporting just cause slechts kan slagen indien de omstandigheden van de speler bij de club dit rechtvaardigen. Dit kan de situatie zijn als een speler onrechtvaardig behandeld is door de club. Er zijn veel zaken die van invloed kunnen zijn op de beoordeling of een speler op deze grondslag eenzijdig zijn contract kan beëindigen. Belangrijk bij deze beoordeling is onder andere de leeftijd, de positie op het veld, de technische kwaliteiten en de medische geschiedenis van de speler. Zo is het natuurlijk goed mogelijk dat een reservekeeper minder dan 10% van de officiële wedstrijden in een seizoen speelt of dat een speler gedurende het hele seizoen een ernstige blessure heeft. In een dergelijk geval komt de speler een beroep op desporting just cause niet toe. Per geval zal dus moeten worden bekeken of de omstandigheden van de speler bij de club een eenzijdige beëindiging van het contract rechtvaardigen. Indien aan de formele vereisten van de bepaling is voldaan, betekent dit niet dat het beroep op een sporting just cause altijd slaagt. Een speler moet ook rekening ermee houden dat bij het slagen van een beroep op een sporting just cause hij aan de club een financiële vergoeding moet betalen. Een beroep op deze bepaling is derhalve niet altijd even aantrekkelijk.

In de praktijk is men daarom voorzichtig met deze beëindigingsgrond. Er zijn gevallen bekend waarbij een beroep op een sporting just cause had kunnen slagen, maar dit niet is gedaan. Zo had Mounir El Hamdoui een zeer slechte relatie met Frank de Boer en speelde hij in het seizoen 2011/2012 geen wedstrijden meer voor zijn club Ajax. El Hamdaoui was bij Ajax zeker een gevestigde speler en speelde minder dan 10% van de officiële wedstrijden in het seizoen. Ook de omstandigheden – een conflict met de trainer – hadden mee kunnen brengen dat een beroep op een sporting just cause succesvol was geweest. Financiële motieven of de onbekendheid met de bepaling hebben er waarschijnlijk voor gezorgd dat El Hamdaoui niet binnen vijftien dagen na de laatste wedstrijd van het seizoen voor deze beëindigingsgrond heeft gekozen. Waarschijnlijk een verstandig keuze, want een eenzijdige beëindiging van het contract was voor hem uiteindelijk niet meer nodig. Na het seizoen 2011/2012 werd El Hamdaoui door Ajax getransfereerd naar de Italiaanse club Fiorentina. Het arbeidscontract met Ajax was hiermee met wederzijds goedvinden ontbonden en El Hamdaoui liep niet het risico een financiële vergoeding aan Ajax te moeten betalen.

De beëindiging op grond van een sporting just cause is tot op heden van zeer kleine betekenis geweest in de Nederlandse voetbalgeschiedenis. De vraag is ook of hier verandering in zal gaan komen. Veel spelers en begeleiders lijken vaak niet bekend te zijn met deze mogelijkheid tot beëindiging van het contract. Daarnaast wordt een sporting just cause niet snel toegewezen en zijn er weinig gevallen op te noemen die daadwerkelijk voor deze beëindigingsgrond in aanmerking komen. Mocht een speler hiervoor toch in aanmerking komen, dan is het nog maar de vraag of hij de mogelijke financiële vergoeding aan de club wil dragen. De sporting just cause is daarom niet een mogelijkheid voor de bankzitter, maar slechts een dode letter.

Royce de Vries